Blog

Bora Bora: dè plek voor een bakkie en om te bakken

[vc_row el_position=”first last”] [vc_column] [vc_column_text el_position=”first last”]

 

Scheveningen – Eindelijk, de weerman heeft gelijk. Met de 24 graden warme zon die op mijn neusje schijnt, chill ik bij strandtent ‘Bora Bora‘ tussen de gevangen vissen bij ‘Sea Life’ en de wilde vissen in de zee. Ik zit gebakken met een lekkere cappuccino en een luchtig zomerboekje ‘Was ik maar nooit op vakantie gegaan!’. Korte verhaaltjes over reizigers die even hun raarste, hilarische en achterlijke reiservaringen met mij delen. Ondertussen zingt Ziggy Marley lekker reggae style ‘I love you too‘ op de achtergrond. I love you too too, Ziggy.

Met de tijd gaat er een vlaagje wind inclusief de geur van calamaris mijn gezicht voorbij. Mijn neusgaten vangen de smeuïge geur op en nu verlang ik ook naar ze, want ze zijn zo lekker! Het is een tapa die ik iedere keer bestel als ik trek heb in een appetijtelijke snack. Nu houd ik me in. Ik blader in Bora Bora’s crea-bea menuboekje. Wat hebben ze nog meer voor tapas? Schapenkaas Manchego Diablo, albondiga’s als in Spaanse gehaktballetjes in pittige tomatensaus, chorizo met avocado en de Spaanse pittige worstjes, merquez. Die heb ik één keer eerder gegeten. Smaakvol, maar zeer sappige worstjes. Dus pas op he. Één hap van de ene kant en aan de andere kant ontstaat er een geluidloze explosie waarbij je mond plus kin vol zit met oranje worstjessap. Als je het goed doet, zit je broek ook helemaal onder de geoliede jus. Ay ay ay, maar ze blijven erg lekker.

Voor 5:53 minuten geven de neo-tangoklanken van Gotan Project’s ‘Una Musica Brutal‘ een Argentijns tintje aan ‘Bora Bora’. Hmm… leuk. Wat lees ik daar? Mojito, Caipirinha, Hugo, Tequila Sunrise, Strawberry Daiquiri. Cocktails! ‘Bora Bora’ kent me al een aantal jaar. En wat ik me nog kan herinneren van vroegâh is dat de cocktails tegen de €9,50 waren en nu hooguit €7,50. Ietwat aangepast aan de ‘economische crisis’? Als ik van de menukaart weer omhoog kijk, zie ik de crew met dienbladen ronddwarrelen. Meesten surfdudes en -chicks – ik weet niet of dat waar is, maar dat denk ik – bedekt met tatoos, shortpants en een toppie of T-shirt. Ze zijn relaxt. Allemaal.

Ik houd van ‘Bora Bora’. Maar ook van de zon. En Ziggy.

[/vc_column_text] [/vc_column] [/vc_row]


Berg beklimmen in NL

Den Haag – Kijkend naar buiten, zie ik dat de zon zich achter de wolken heeft verstopt. De lucht is wit. Door de wolken. Met mijn zwarte leren jas, een topje en trainingsbroek eronder stap ik op mijn verroeste omafiets. Trappend ga ik vooruit, terwijl de juliwind een weg door mijn haren baant. Een duur van slechts een kwartier. Rechts voorbij een minibosje staat het massafitnesscomplex van ‘Fit For Free‘ op de Haagse Houtrustweg. Bestemming bereikt. Mijn tas en jas gaan in een locker op slot, maar een handdoek, flesje water en mp3-player neem ik mee naar de fitnessmachines. Twaalf loopbanden staan naast elkaar, elf bezet en één vrij. Ik spring op die ene, plug mijn oordoppen in mijn oren, druk op stand ‘afwisseling’, verhoog de snelheid en start de mp3-player. De Argentijnse zanger Kevin Johansen brengt me terug naar Zuid-Amerika.

Toen: In Bolivia had ik met een bende Israelische ex-militairen mijn eerste, uitgevoerde trekking gedaan. Een tweedaagse trekking zonder tourbegeleider. We konden het wel alleen af. Want wij hadden ballen. Maar we verdwaalden en banjerden tien i.p.v. zes uur door de hoge bruine, paarse-groene Andes gebergte. Een onnodige, uitputtende work-out doordat we de zwaarste route hebben genomen, achteraf van een tourbegeleider gehoord. Kuiten en dijbeenspieren werden bij elke stap pittig getraind, sappige blaren – de één groter dan de ander – zagen het licht op mijn tenen, kleine steentjes vulden mijn schoenen en de aarde kleurde mijn lichaam rood/bruin met als toppunt: urenlang een uitgedroogde mond en ademhalingsproblemen door de hoogte. 

De vulkaan Villarica in Chili. Deze actieve stratovulkaan deed mijn lies wakker schudden toen ik in de sneeuw stap voor stap naar de top van deze vulkaan toeliep. Een pijnlijke, zigzaggende looprit van vier à vijf uur leidde tot een kijkje in de krater. Ik hoopte het lavameer te zien, maar ik zag alleen een zwart gat, zonder einde. Hevige wit-grijze gaswolken kwamen uit de vulkaan. Ademde ik het even in, een hevige ongezonde gekuch was het gevolg. Met de slee zoefden mijn tourbegeleider en ik van boven naar beneden. Maar nu, ben ik in Nederland. Hier heb je geen bergen of vulkanen. Ik verhoog de snelheid van de loopband naar 5.0. Met een druk op de hellingknop, gaat de loopband langzaam omhoog. Ik druk hem lekker lang in. Tot het maximale. Uiteindelijk steekt mijn loopband ver boven de andere 11 fitnessapparaten. Dit is mijn berg. De berg in Nederland, die ik beklim.


The Hague African Festival

Den Haag – Fietsend passeer ik het drukke klapvee dat achter de hekken staan om de stoet van de Veteranendag te bekijken. Half trappend, half lopend kom ik elke keer een paar meter verder. Mijn doel: naar het Spuiplein toegaan. Dichterbij ‘The Hague African Festival‘, spot ik een groot podium waar de groep ‘Plengoffer’ aan het optreden is. Gekleed in het rood en wit en met serieuze gezichten bespelen ze hun Afrikaanse trommels. Eigenlijk eentje van de bandleden trekt de hele tijd mijn aandacht. Zijn handen raken de trommel, vastgehouden door zijn benen. Met zijn neus in de lucht en zijn ogen gesloten, laat hij de beats vallen. Volgens mij geniet hij. Op en top. Ik zie zelfs even later een kleine glimlach op zijn gezicht.

Aan de overkant van het podium staan er kraampjes. Afrikaanse hoeden, wijde kleding, zelfgemaakte rieten manden, Afrikaanse kunst en zelfgemaakte sieraden zijn er in overvloed. Als ik de kraampjes langsga, staat er een lange, slanke vent van bijna twee meter naast me. Zijn kale hoofd is bedekt met een Afrikaans mutsje en acht nep rastaharen erin vastgenaaid. Het past hem nèt niet. Wat hoor ik daar? Ik loop verder naar de plek waar de geluiden van de djembes vandaan komen. Tussen de kraampjes zitten drie Afrikaanse mannen met de djembes voor hen. Klinkt lekker. De zon schijnt op mijn hoofd en ik krijg trek in een cappuccino. Zie ik daar nou café ‘De Ooievaar‘?

Met een lekkere goede cappuccino achter mijn kiezen, ga ik weer naar het podium waar de band ‘Ebou Gaye Mada’ de soundcheck doet. Werkend aan hun Afrikaanse rap en instrumenten, wacht het publiek in spanning op de band. De bakines, djembes, tama, keyboard en een elektronisch gitaartje zijn er klaar voor. De muziekklanken komen samen, terwijl de Afrikaanse rap er doorheen geluld wordt. De entertainer op het podium die een gele, blauwe, zwarte, rode lang jurk aanheeft, danst op het podium en probeert het publiek mee te krijgen. Zijn armen en benen gaan in de lucht als hij glimlachend het publiek bekijkt. Hij doet zijn jurkje omhoog, kijkt verbaasd en reikt met zijn handen naar zijn geslachtdeel. Is dat nou een..? Ik kijk om me heen en enkele vrouwen kijken met hun mond open naar de entertainer. Hij ‘entertaint’ zeker. Ik kijk hoe laat het is. Ah, ik moet werken. Fietsend neem ik dezelfde weg als hoe ik naar het Spuiplein gekomen ben. De Veteranenparade is verdwenen, zo ook het klapvee.


Drollen en madeliefjes in het Westbroekpark

Den Haag – Zingende vogels, stralende madeliefjes tussen het gras, glimlachende mensen op straat en geen één wolkje in de lucht te bekennen. De zon is er. Met felle zonnestralen. Het zo lang verlangde zonnetje begint eindelijk door te komen! Korte broeken, shirtjes en rokjes worden al uit de kledingkasten gehaald. Blote, witte voeten krijgen voor het eerst dit jaar het licht te zien. Met maar liefst- ik ben positief – een warme temperatuur van bijna twintig graden, begint kille, koude Nederland in een rap tempo te veranderen in een warmer, zwoel land.

De zon straalt, maar de volgende dag kan hij zich algauw weer verstoppen. In Nederland moet je dus de zonnestralen omarmen. Met volle kracht. Door de kille kou van de afgelopen tijd verborgen de meeste mensen zich onder een steen. En door de eerste zonnestralen, verschijnen hun koppies weer boven de grond. Ook in het Westbroekpark, opgetut met rozenstruiken. Het park is gevuld met picknickkleedjes, klimmende, schommelende peuters en kleuters die rondbanjeren bij het speelpleintje en moeders die oog hebben voor elkaar. Met een roseetje erbij voor ultiem zomergenot. Fietsend ga ik verder. Deze drukke kudde verlatend.

Gespot! Een mooi groen plekje, madeliefjes, zonder wind. Een vijver ervoor en ganzen die er rondbanjeren. Uit mijn tas haal ik mijn Boliviaanse kleedje te voorschijn. In Bolivia worden er baby’s of eten mee vervoerd, hier wordt het – door mij – als picknickkleedje gebruikt. Ik observeer de grassprieten, maar ik zie vaak uitgedroogde drolletjes die het groene oppervlak sieren. Gelukkig vind ik bij zeven madeliefjes een poepvrije plaats. Wat is mijn plan voor deze zonnige dag? Op picknickkleedje liggen, mp3-player aan, boek open, eerste twee regels lezen, ogen sluiten, naar de zingende vogels luisteren, de madeliefjes voor me zien en met een glimlach in slaap vallen. Dank je wel, zo gewilde zon!


Ik heb een Argentijn ontmoet

Scheveningen – Ik heb een Argentijn in het vizier. Ik ben nieuwsgierig naar hem. Mijn gedrag wordt door de zenuwen geleid. Als ik bij hem in de buurt ben, dan kijk ik hem even aan. En vlug kijk ik weer weg. Ik negeer hem. Voor een seconde of vijf. Ik kijk naar de grond waar ik een roze kauwgom – ‘Hubba Bubba’? – op het laatste moment ontwijk. Vanuit mijn ooghoeken kijk ik hem voorzichting weer aan. Oh, ik kom te dichtbij. Plots negeer ik hem weer. Mijn hart klopt sneller. Ik word nu echt zenuwachtig. Het is genoeg. Ik doe mijn stoute schoenen aan en ik loop naar hem toe. Nog maar vijf meter. Drie meter. Één meter. In één slag draai ik me een kwart om en ik wandel verder, een andere kant op.

Ik beveel mijn benen om te stoppen. Stilstaan doe ik, als mijn ledematen de opdracht hebben begrepen. Ik draai me om. En ik loop weer terug. Naar hem. Opnieuw. Vijf meter. Drie meter. Één meter. Nog een halve meter en ik sta voor een deur. Met mijn rechterhand trek ik aan de zware deur. Oog in oog staan we tegenover elkaar. Ik kijk hem aan. Hij mij ook. Beiden met een nieuwsgierige blik in onze ogen. Ik geef hem mijn papieren. Met mijn naam en telefoonnummer erop. En ik loop weg. Ik hoop dat ik een telefoontje van hem krijg. Maar ik hoor helemaal niets. Een week lang. Mijn stoute schoenen doe ik opnieuw aan. Weer sta ik voor de zware deur. Maar ik zie hem niet. Ik vraag aan iemand waar de Argentijn is. Paar tellen later komt hij naar beneden. We kijken elkaar weer aan. Hij heeft een blik in zijn ogen met de gedachte “Ken ik jou ergens van?”. Mijn ogen tonen nog steeds mijn nieuwsgierigheid. We praten. Het gesprek loopt af met een glimlach op onze gezichten.

Bijna een maand geleden is dit gebeurd. Sindsdien werk ik parttime in het Argentijnse grill restaurant ‘Santos‘. Een goede oppepper voor mijn Spaans!


Privacy & cookie policy
We use cookies to enhance your experience while using our website. If you are using our Services via a browser you can restrict, block or remove cookies through your web browser settings. We also use content and scripts from third parties that may use tracking technologies. You can selectively provide your consent below to allow such third party embeds. For complete information about the cookies we use, data we collect and how we process them, please check our Privacy Policy
Youtube
Consent to display content from - Youtube
Vimeo
Consent to display content from - Vimeo
Google Maps
Consent to display content from - Google
Doris Furcic
Privacy Overview

This website uses cookies so that we can provide you with the best user experience possible. Cookie information is stored in your browser and performs functions such as recognising you when you return to our website and helping our team to understand which sections of the website you find most interesting and useful.